Forenzen

De beste manier om te checken of het te koud is, is uitademen.
Zodra ik mijn eigen adem kan zien, is het te koud.
En nu is het niet alleen te koud. Nee, het regent ook nog.
What the fuck.

Sinds kort ga ik met de bus naar mijn werklocatie.
Om bij de bushalte te komen, moet ik eerst nog een paar tellen met de fiets.
Op dagen als vandaag is dat al snel iets te lang voor mij. Sneller tellen helpt trouwens ook niet.

Nu sta ik dus bij de bushalte. Met een groepje andere lege zielen die ik niet ken.
En het is koud.
En ik ben nat.
En ik probeer te typen met druppels op mijn scherm en half bevroren vingers.
Het vriest niet eens, maar het voelt wel alsof ze bevroren zijn, die kleine duimpjes van mij.

Na een paar minuten komt daar gelukkig de bus. Uiteraard iets later dan gepland.
‘Oh, een vrouw achter het stuur. Help’
Ik discrimineer niet, maar ze krijgt natuurlijk ook al minder betaald dan haar mannelijke collega’s. Het hoeft maar dat moment van de maand te zijn en ze rijd ons de brug af.
‘Nee, dat kan je niet maken.’, denk ik.
‘Als een politicus een bus kan rijden, dan kan een vrouw dat ook wel.’

Als ik een stukje ben verder gelopen, kijk ik een beetje schaperig de gang van de bus door. Speurend naar een zitplek.
Ik heb geluk, een smal plekje aan het eind van de bus.

Raar moment: we worden ingehaald door een andere bus…

Raar moment nummer twee volgt als snel. We sluiten achteraan bij het verkeerslicht. Terwijl de bus gewoon over de busbaan door mag rijden.

Ach, ik zeur niet. Want binnen is het klimaat beter dan buiten. En de verwarming staat een keer niet vol aan. Dat is dan weer een pluspunt.

Buiten druppelt het nog steeds.
En het is donker.
Binnen zit nagenoeg iedereen naar zijn telefoonscherm te staren. Oordopjes in en fuck de omgeving. En terecht. Mensen zijn maar enge wezens.

Ik word gestoord in mijn verhaal die nergens naar toe gaat.
(Behalve naar de bushalte)
Even opstaan voor mijn medepassagier zodat zij normaal kan uitstappen en ik wat meer ruimte heb op mijn stoel.

Ik ga weer zitten. Naast mij dus een plek vrij.
Ik zet niet eens mijn tas erop.
Maar ik schuif ook niet door.
De bus wordt voller en voller.
De buschauffeur waarschuwt ons met een ‘goede morgen’, door de microfoon.
En stapt hard op de rem.
#wtf

Nog een keer “Goedemorgen, … meldt zich.”
Mevrouw heeft niet door dat ze door de microfoon van de bus praat ipv met de centrale.
“Goedemorgen, ik werd net opgeroepen. Hoort u mij nu?”
Passagiers lachen ongemakkelijk naar elkaar en duiken snel weer in de mobieltjes.
Een moment van samenzijn.
Heeft ze toch wel mooi geflikt. Een lachje op mijn gezicht. Thanks.

Nog een paat haltes en ik mag uitstappen. Het gure weer in. Iemand kijkt naar de lege plek naast me.
Daarna naar mij.
En blijft liever staan.
‘Dan niet heh.’

*ping*
Dat is het geluid van het stopknopje.
*tutut*
Het geluid van het uitchecken.
Tijd om op te staan.
Op mijn weg naar de uitgang probeer ik zo weinig mogelijk mensen omver te beuken.

Buiten aangekomen gooi ik mijn rugzak op mijn rug, kop ik nog wat regendruppels weg en loop ik nog een stukje naar the office.
Alweer gelukt.

Bedankt mevrouw de buschauffeur, dat ik veilig ben aangekomen. En ook nog op hetzelfde tijdstip als normaal, terwijl ik toch echt een bus eerder heb genomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *