Trein perikelen

Vergis je niet, ik vind het over het algemeen fijn om met de trein te gaan.

Op je gemak zitten
Naar buiten staren
mijn gedachten bedaren
Geen stress van de file.
Bij A gaan zitten en na verloop van tijd stap je bij B uit. Voor mij meestal de E van Eindhoven.
Maar soms word ook ik gek van de NS of van ProRail, want ze geven ook altijd elkaar de schuld dus dan geef ik ze ook samen de schuld. Een en al gefail.
Dan wordt deze witmang heet van binnen en wil ik Feyenoordfan gaan op die trein.
Kebang Kebang in plaats van Kedeng Kedeng.

Nu dus ook

Lees verder Trein perikelen

Kledingkast

“Ik heb niks.”, zegt ze.
“Niks? Hoezo niks? Wat heb je niet?”, vraag ik haar.
“Ik heb geen kleren meer.” en ze staat met haar handen in haar haar naar de kledingkast te staren.

 

Ik lach “ha ha” en vraag of ze haar bril wil hebben. Want die heeft ze, die ligt naast haar kledingkast, haar volle kledingkast, op een klein kastje, waar kleding in zit.
“Ik heb niks meer om aan te doen”, klaagt ze weer.
Ik besluip haar zachtjes van achteren en ‘floep’ de thermometer in haar oor.
‘Misschien heeft ze koorts’, denk ik.

 

37 graden en een stoot in mijn zij, is wat ik terug krijg voor mijn bezorgdheid.

 

“We zijn gisteren nog naar de winkel geweest.”
“Ja,” zegt ze, “maar ik heb nu niks om aan te trekken.”
“Dit matcht niet met dit.”
“Dit breekt het geheel niet goed.”

Ik schuif een vol rek kleding op zij.

Staar naar achteren, naar de muur van de kast.

Geen zwart gat
Geen doorgang naar Narnia
Zelfs geen Anne Frank die de kleden zou kunnen verdoezelen.

“Zie je, al je kleren zijn nog gewoon hier.
Het is je eerder gelukt iets te vinden, dus het zal nu ook wel lukken.
Succes.”

Ik trek een korte broek en t-shirt uit mijn kast. Trek het aan en wandel naar de woonkamer.
Even ‘veilig’ televisie kijken.

Uit de slaapkamer hoor ik veel ‘negatieve’ geluiden.
Niks past
Niets is mooi
Niets is goed

Een hele poos later komt ze naar buiten.
Het is gelukt, ze ziet er goed uit.

“Wat vindt je hiervan?” vraagt ze.

“Ja goed, kunnen we nu gaan? De winkels gaan zo dicht.”

 

Blue Monday / Blauwe maandag

Blauwe Maandag, de hel van het jaar. Iedereen nog net iets depressiever dan normaal. Allemaal nog net iets meer zeuren over de crisis. Fuck de gulden, we willen de florijn terug.
Alle vrouwen zijn weer een stuk lelijker dan gisteren en zeuren op een nog net iets zeurderigere toon dan dat ze normaal doen.
Zelfs dieren worden gek op deze maandag. De hond komt om de haverklap vragen om aandacht en daar word je dan weer depressief van, want niemand geeft jou een aai over je bol. Stomme hond, doe niet zo vervelend.
Het weer maakt je nog depressiever, het is koud en het lijkt nog kouder. Blauwe maandag, als je tien minuten buiten staat wordt je vanzelf blauw.

En als je weg moet ben je helemaal de sjaak. Op weg naar je auto voel je je alsof je mee doet aan RedBull crashed-ice. Alleen ben jij die ene die bovenaan meteen struikelt en helemaal naar beneden glijd.

Ben je uiteindelijk in je auto, bevroren. Bevroren en chagrijnig.
Extra chagrijning omdat je de ramen hebt moeten krabben.
Verwarming aan, werkt pas over 10 minuten.
Ga je rijden. ‘Ok, dit kan nog leuk worden’, denk je zelf als je de besneeuwde weg voor je ziet.
Je auto veranderd in een rally wagen en jij denkt even dat je Ken Block bent. Volle vaart vooruit, gaspedaal ingetrapt.
Tien seconden later heb je grip op de weg onder de sneeuw en ga je met vijf kilometer per uur vooruit.
‘Ah, daar komt een bocht. Tijd voor die handrem.’
‘Ja, hij glijd lekker… maar hoe stop ik dit eigelijk?’
BAM
‘Godverdomme, kut trottoir.’

En daar sta je weer stil, met twee wielen tegen het trottoir. Geen schade, behalve een gebroken ego.
Langzaam probeer je weg te rijden. En je glijdt verder.

Alle andere weggebruikers rijden nog net iets slechter dan op zondag. Je ergert je groen en geel aan al die mongolen op de weg die denken dat ze het ravijn in glijden als ze harder dan 50 km/u gaan.

Hup, werken.
Een maandag is al klote, maar dan ook nog een blauwe maandag. Binnen een uur heb je al drie bakken koffie op. Koffie uit die automaat die normaal al niet te zuipen is. Je collega’s zijn gelukkig wel stil, ook zij hebben een klote dag. Een blauwe maandag.
Je beleefd heel je 40-urige werkweek in een dag.

’s Avonds is het eten weer niet te vreten. Het is niet met liefde gemaakt, het is een bij elkaar geraapte rotzooi. En tijdens het eten zie je op tv het ene na het andere kookprogramma voorbij komen met de lekkerste en mooiste sterren gerechten. Daar zit je op je blauwe maandag, op je zwarte bank, met je witte bord met smurrie.

De rest van de avond komt er niets op televisie. Het nieuws meldt alleen maar nare dingen, oorlog, crisis en Badr die vrijkomt.

Tijd om er een eind aan te maken.

Tijd om naar bed te gaan.
Natuurlijk kan je geen fijne houding vinden, is je dekbed ijskoud en kan je niet slapen van de koffie.

 

Maar ook aan Blauwe Maandag komt een eind.
Vanaf morgen gaat alles weer beter.
Uiteindelijk gaat de zon weer schijnen, geeft iemand jou een aai over je bol en zit Badr weer waar hij hoort.