Maandagavondfitness

In veel fitnesscentra is maandagavond de drukste avond van de week. Niet omdat dan de hardcore fitnessliefhebbers en bodybuilders er zijn, maar omdat alle weekendzondaars denken in één dag hun lichaam in top conditie te krijgen voor de rest van de week.

De gespierde en getonede lichamen maken dan plaats voor uitgebuikte en uitgedijde ‘zwetende’ lichamen.
De meeste serieuze fitnessers zorgen ervoor dat maandag hun rustdag is of ze gaan extra vroeg of extra laat.
De ellende begint meestal rond 19 uur, wanneer het eten gezakt is en men al een kort dutje heeft kunnen doen op de bank.

Vroeger, toen ik ook redelijk serieus sportte, was ik blij dat ik op maandag ergens anders moest trainen.
Momenteel heb ik minder tijd om serieus te sporten. ‘Geen tijd’, is één van de meest gebruikte smoezen om niet te sporten. Ik heb er nog wel meer hoor.

Nu was ik dus het haasje. Ik moest, omdat mijn lichaam en geest schreeuwden om extra beweging, op maandagavond naar de sportschool.
Mijn lichaam schreeuwde, onder andere door de Whopper en Big Mac van afgelopen weekend, om aandacht.
Mijn geest door het tijdelijke gebrek van uitlaadklep.

Ik dus als volleerd weekendzondaar rond een uur of zeven naar de sportschool fietsen. Benieuwd hoe het met mijn mede zondaars gaat.
‘Misschien valt het allemaal wel mee’, denk ik tegen beter weten in.

Mijn sportschool is opgesplitst in twee delen, een cardio- en krachttraining gedeelte. Omdat ik oud ben, moet ik eerst een ‘goede’ warming-up doen, dus ik loop rustig naar het cardiogedeelte.
Als ik binnenkom zie ik de bui al hangen. De meeste apparaten zijn bezet door de ‘sportende’ mensch. Gelukkig is er een roeiapparaat welke niet gebruikt word. Ik kom erachter dat dit een reden heeft, de computer werkt niet. Dat maakt mij niet uit, ik ga even opwarmen.

Opgewarmd en wel loop ik vol goede moed naar het krachtgedeelte. Qua drukte valt het hier mee. De buikspierapparaten zijn uiteraard bezet, want die dingen doen wonderen voor de weekendzondaar. Twintig buikspieroefeningen geven een sixpack gevoel, dan kan er weer een extra broodje frikadel in morgen bij de lunch.
Bij de meeste apparaten die bezet worden gehouden staan twee of meer mensen. Sommigen gebruiken het apparaat op de juiste manier, maar over het algemeen worden vooral de kaakspieren en de stembanden getraind.
Genietend van mijn muziek probeer ik alle oefeningen te doen die ik wil doen. Het helpt om meerdere oefeningen te kennen, zodat je wat kan switchen als een groep mensen apparaten bezet houden.

Uiteindelijk had ik alle krachtoefeningen gedaan en had ik nog wat energie over om wat luizweet uit mijn lichaam te laten sijpelen.
In de cardioruimte staan een aantal machines in een cirkel opgesteld. Waarom? Ik denk alleen om de reden dat het stopcontact in het midden zit.
Hierdoor ben je wel genoodzaakt om naar de andere mensen te kijken. En, zoals ik al zei, is dat geen pretje op maandagavond.

Gelukkig was er een cross-trainer vrij. Dit is een apparaat waar je op staat en een soort van loopbeweging maakt terwijl je ook je armen traint. Ze zeggen dat het niet zo belastend is voor je gewrichten.
Dus ik begin met ‘lopen’ en kijk om me heen naar welke mensen zich ook in het zweet aan het werken zijn.
Links van mij loopt een vrouw op de loopband, in spijkerbroek. Ze loopt, ze rent niet. Ik kijk in haar ogen die wagenwijd openstaan en ik zie niets. Deze vrouw komt rechtstreeks uit The Walking Dead en loopt waarschijnlijk nu nog steeds op de loopband.
Rechts van mij loopt ook een vrouw op een loopband, zij is wel sportiever gekleed. Ze is ook aan het rennen, niet super hard, maar ze rent. Als ik in haar ogen kijk zie ik een vurige passie. Ze lijkt een vrouw op een missie. Het zweet komt zelfs uit haar mondhoeken.
Als ik nog eens goed naar haar kijk bedenk ik me dat het geen zweet is, maar dat ze kwijlt. Waarschijnlijk droomt ze dat ze naar een Whopper aan het rennen is. 
Of in haar geval een familybucket hotwings.

Tegenover mij staat ook een cross-trainer. Toevallig staat ook hier een vrouw op. En deze vrouw gaat tekeer. Ik schrik ervan. Ze rent als een malle. Ze lijkt de handvaten fijn te knijpen. Net alsof ze na lange tijd weer twee mannelijke geslachtsdelen vastheeft en deze nooit meer los wil laten. Haar hele lichaam gaat van links naar rechts. Ik ben bang, bang dat ze in de handvaten gaat bijten. En bang dat ze mij ziet.

Snel kijk ik weg.
Naar de tv. Snooker op Eurosport. Inspirerend.
Ik maak mijn minuten vol, zweet nog een beetje en ga als de wiedeweerga naar huis.

Hopelijk tot snel, maar waarschijnlijk tot maandag.

Ik wil mijn zakjes terug

Koptelefoon op  mijn hoofd.
Blauw mandje in mijn hand.
‘Hoe zou het zijn om met het kleine blauwe mandje op iemand zijn hoofd te slaan?’

‘Misschien bij die jongen met zijn scheve pet.
Of bij die vakkenvuller met zijn broek op zijn knieën.’

Terwijl ik bedenk hoe ik dit het beste kan doen, zonder dat mensen me raar gaan aankijken, stop ik mijn boodschappen in het mandje. Een netje pitloze mandarijnen, tandpasta, koekjes en de AVRO-bode.

Bij de kassa, zet ik alles op de band. Nog één keer kijk ik naar het blauwe mandje en grijns.

Ik betaal voor mijn boodschappen en wil een klein plastic zakje pakken om ze in te doen.
Maar, …

Zijn ze helemaal gek geworden?

Integratie deel veel

Zo, ik woon nu al een aantal jaren in Amsterdam Zuidoost, in de volksmond de Bijlmer, en ik ben van mening dat het redelijk goed gaat met de integratie.
Ongeveer vier a vijf jaar geleden ben ik naar de Bijlmer verhuisd van het mooie, criminaliteitloze Eindhoven, waar de bevolking voor 99% blank is en een ruim boven modaal inkomen geniet. (die overige procent bestaat trouwens uit de schoonmakers, maar die varen we in via de Dommel.)
Je begrijpt natuurlijk dat er een groot verschil is tussen Eindhoven en de Bijlmer en dat ik mij probeer aan te passen aan de normen en waarden van mijn nieuwe leefomgeving.

Ik kan melden dat ik met vallen en opstaan toch wat wijzer ben geworden en me hier meer en meer op mijn gemak voel.

Het begon natuurlijk met de simpele dingen die je in Eindhoven niet hebt, zoals de metro en de tram. In de Bijlmer heb je ook geen tram, dat is meer weggelegd voor de ‘betere’ bevolking van Amsterdam.  (in Amsterdam Noord rijd ook geen tram, want daar wonen de ‘speciale’ mensen).
Echt verschil tussen de metro en de tram is er niet, ze rijden beiden hoofdzakelijk boven de grond, alleen de metro rijd minder vaak tegen een bus aan.

Voor de metro hoor je niet te betalen, anders hoor je niet thuis in Zuidoost. Voorheen was dit heel makkelijk, want toen waren er nog geen poortjes. Nu is het wat moeilijker, want dan moet je dichter op je voorganger lopen. Of je schopt tegen een poortje aan, maar dan worden je Nike’s vies.
Al snel was het me gelukt om me deze regel meester te maken.
Van mijn werk kreeg ik namelijk een OV-jaarkaart, waardoor ik helemaal niet voor de metro en tram hoef te betalen.

Verder rijden er in de Bijlmer geen normale taxi’s. Wel rijd er de zogenaamde ‘snorder’, ook wel ‘snodder’ genoemd, deze (meestal donkere) man brengt je voor een zacht prijsje overal waar je naartoe wil.
In Eindhoven was ik alleen de zwarte taxi gewend, maar dat ligt hier waarschijnlijk wat gevoeliger.
Om een snorder te vinden hoef je alleen bij een bushalte te gaan staan en de kans is groot dat de eerst volgende auto die voorbij rijd omdraait, zijn raampje naar beneden draait en vraagt of je mee wil.
Met het angstzweet in mijn schoenen heb ik dit een keer uitgeprobeerd op klaarlichte dag en ik heb het overleefd. De beste man reed nog naar behoren en volgens mij ook via de juiste route.

Een van de belangrijkste tradities in de Bijlmercultuur is het eten. Dit gebeurt de hele dag door en nooit met mate. Ik heb het geluk dat ik bij het centrum van de Bijlmer woon, waardoor alle diverse eetgelegenheden dichtbij zijn. Dit heeft mij de mogelijkheid gegeven om eerst een duidelijk stappenplan te maken, waardoor ik mijn smaakpapillen niet heb verkracht.
Hoofdgerecht is kip en bekend is dan ook de Kentuck Fried Chicken, waar de kip (zoals de naam al aangeeft) gefrituurd is. Je hebt daar verschillende smaken kip, original, hot&spicy en niet-gaar. Ik heb ze allemaal geprobeerd en van de ene had ik de volgende dag meer last van mijn poeperd dan van de andere.
Als je de KFC eenmaal meester bent kan je dieper de Bijlmer in voor de Roti en de Moksi Meti. Als je wil integreren moet je zelf ook bereid zijn offers te brengen, mijn maag is dan ook af en toe compleet de weg kwijt geweest.
Momenteel ben ik bij dit deel van de cursus bezig met het naar binnen werken van Telo Bakkeljauw, Bojo en Pom.
In het geniep eet ik nog wel eens een gezonde Hollandse stamppot.

Het is me duidelijk geworden dan je als man in de Bijlmer nog extra je best moet doen, wil je niet te veel opvallen.
Zo hebben de mannen hier veelal meerdere tatoeages, de zogenaamde tattoo-boyz. Nu was ik niet zo van de lichamelijke versieringen, want dat doet nou eenmaal pijn, zo een naald in je lijf. Maar om niet te veel aandacht te trekken heb ik me er toch maar aan over gegeven.
Op dit punt ben ik dan ook half geslaagd. Half, omdat ik geen tattoo in mijn fissie of ontblote onderarmen heb.

Momenteel ben ik bezig met het volgende hoofdstuk en dat is het huisdier, de hond.
De hond is hier veelal een statussymbool. Ze moeten zo mean en lean zijn als maar kan. Het liefst van het merk pitbull, stafford of een andere killingmachine.
Na lang wikken en wegen is het een Amerikaans Stafford geworden. Deze hond heb ik nu een paar maanden en ik ben bang dat ik deze les niet helemaal goed heb begrepen.
De hond rent heel de tijd kwispelend naar iedereen toe om aangehaald te worden en ze wil met alle andere honden spelen. Misschien komt het toch omdat het een vrouwtje is. Of was het een verkeerde move geweest om dat roze halsbandje met bling-bling aan te schaffen?

Zoals ik al zei, het gaat allemaal gestaag vooruit, maar ik heb nog een lange weg te gaan voordat ik mijn vuilnis van het balkon naar beneden gooi en crack op de hoek van de straat ga verkopen.