Expeditie F-P

Gooi een aantal BNers, Semi-BNers en een paar mediageile nitwits op een eiland en je hebt een format voor een geweldig programma.
Al meerdere jaren is Expeditie Robinson een lust voor het oog voor het luie tv-kijkende volk.
Waaronder ik.

En als winnaar van Expeditie Bankhanger droom ik ook weleens van een deelname aan Expeditie Robinson.
En als man overdrijf ik natuurlijk ook tegen mijn wederhelft over dat ik het allemaal wel zou durven en doen.

Vroeger zat ik namelijk bij de scouting.
Hutten bouwen, knopen leggen en fikkie stoken.
Al ben ik gestopt met de scouting op het moment dat er meer serieuze dingen gedaan moesten worden en minder spelen.
Die platte knoop ken ik nog.
En dat fikkie stoken heb ik de jaren  daarna nog sterk verbeterd.

Ook was ik niet vies van een boswandeling meer of minder.
Zelfs in bomen kon ik klimmen. Al heb ik nu een hoogtevreesje ontwikkeld, klimmen kan ik nog steeds, alleen dan moet ik hopen op een watersnoodramp a la 1953, zodat ik gewoon in het water kan springen.

Zwemmen deden we vroeger namelijk ook gewoon in de vijver, tussen de vissen, kikkers en ratten.
Niks chloor.
Gewoon drie dagen lang jeuk.

En dan de buurt waar ik ben opgegroeid. De jungle van Eindhoven.
Vaartbroek.
Auto’s die harder dan 30 reden.
Fietsen zonder helm.
Fietsen zonder handen.
Pijltjes schieten naar elkaar.
Dartpijltjes naar elkaar gooien.

Thuglife.

Maar tijd voor een grotere uitdaging.
De echte concrete Jungle roept.
De enige echte ghetto van het Nederlandsche.
School of Hard Knocks

Tijd om naar de Bijlmer te verkassen.
Nu, vele jaren later (zes ofzo) heb ik een aantal extra vaardigheden opgepikt.
Zo ben ik sneller geworden door het vele wegrennen en kan ik met minimaal zes verschillende inheemse Afrikaanse stammen praten.

Voor de rest weet ik dat ik mijn spullen goed moet verzekeren voor de momenten dat iemand anders ze meeneemt zonder mij in te wittige.
En veel voedsel waar ik vroeger nog nooit van had gehoord is heeeeeerlijk.
Zoals bojo, teloh, kip en meloen.

En als het echt moet dan zou ik misschien ook wel de bloedworst, vleermuis en varkenspoot proberen (yuck).

Mijn grootste probleem is de drama.
Nu heb ik ook wel behoorlijk wat drama in mijn leven meegemaakt.
Maar zelf dramatisch doen, daar ben ik nog niet zo goed in.
Dus voordat ik echt mee kan doen aan Expeditie Robinson zal ik eerst wat dramatischer moeten worden.

Misschien dat ik weer naar een andere locatie moet verhuizen om dat te leren.

Maar nu eerst verder met Expeditie Bankstel en naar de drama op tv kijken.

Grote Grazers

Het is bijna een mooie onNederlandse lentedag, de zon schijnt en een briesje zorgt voor verkoeling.

Het briesje is soms te Nederlands en zorgt voor de koude rillingen over mijn rug.

Het is warm genoeg voor een korte broek, maar te fris voor een T-shirt.
Maar het is mooi weer genoeg om een wandeling te maken. Een wandeling door de bossen. De bossen van de Amsterdamsewaterleiding Duinen. Duinen die ver genoeg van Amsterdam afliggen waardoor het gewonnen water nog drinkbaar is.

In deze natuurlijke omgeving kan je tot rust komen. Je ontspant van de fluitende vogeltjes en de zoemende bijtjes. Behalve als je bang bent voor bijen, want dan ga je heel hard gillen.
Maar ik ben niet bang voor bijen, dus dat gillen heb ik achterwege gelaten.

Een andere vorm van ontspanning is natuurlijk het natuur te fotograferen. Dit kost echter wel tijd en is wat lastiger als je met een partner aan het wandelen bent. En nog iets lastiger als je al een tijdje niet in de natuur hebt gefotografeerd.

Ik weet  dat er grote grazers in deze bossen slash duinen huishouden en die wil ik op de gevoelige plaat proberen te leggen.
Dus de camera meegenomen. Lekker wandelen en als ik ze dan tegenkom even snel een fotootje schieten en weer door wandelen alsof er niets is gebeurt. Dat is het plan.

Na een kleine driekwartier te wandelen zie ik in de verte een grazer. ‘Ahh, mooi daar zit er één’, hoor ik mezelf nog denken.
Als we in de buurt zie ik een bordje dat het ‘verboden’ is om dichter bij te komen, want het is een rustgebied.
Ik zeg tegen mijn vrouw dat ze rustig moet blijven staan waar ze staat en dat ik rustig even wat dichter bij ga.

Ik hoef niet zo heel dichtbij, want ik respecteer ook het dier zijn ruimte. Ik heb dan ook wel een zoomlens om te gebruiken.

Van een afstand maak ik een aantal foto’s.
Als ik terug loop merk ik dat in de bosjes nog een aantal grazers staan.
Ik maak nog een aantal foto’s.

Tijd om verder te lopen.
We nemen de bocht mee naar links. Tot onze verbazing staat een grazer op het midden van ons pad.
Het is geen bij, dus tijd om om te draaien.

We komen weer bij het bordje dat meldt dat we niet dichterbij mogen komen.
Dat hoeft ook niet, want de grazers staan nog maar een tiental meters van ons af.

Ik maak nog een aantal foto’s en zie in de verte een grazer onze kant op komen.
‘Een lopende grazer, leuk voor de foto’, denk ik. En ik pak mijn camera en schiet snel een foto.

Terwijl ik door mijn camera naar de grazer kijk hoor ik intens gekraak, gevolgt door een gillende vrouw. Het gekraak lijkt op hout, de gil lijkt op mijn vrouw.

Ik kijk snel naar rechts en sta oog in oog met de grazer die net een tiental meters van me af stond.

‘Aaiii’
Schiet op!”, roept mijn vrouw.
Gevolgt door: “Ik heb je telefoon laten vallen.”

Ongelooflijke actieheld dat ik ben, maak ik een foto van de grazer met een aantal takken op zijn hoofd.
Daarna raap ik mijn telefoon snel op en vlucht ik naar mijn vrouw.
We lopen snel de andere kant op.

We kijken nog één keer om.
Één van de grazers groet ons met een ‘MOOOOOOO’.
Alle grazers kijken nog één keer onze kant op, alsof ze denken ‘Wat zijn dat rare wezens’.

Thuis aangekomen, tijd om snel de foto te bekijken.
Op de één of andere manier is er toch wat bewegingsonscherpte in de foto gekomen, maar dat komt volgens mij door Photoshop ofzo.

 

Open Brief aan Albert Heijn

Beste Albert,

 

Dat lees je goed, ‘ Beste Albert’, ik voel dat in de loop der jaren onze relatie zo is gegroeid dat we elkaar mogen tutoyeren.
Dit komt vooral omdat ik met een groot gedeelte van mijn zuur verdiende Euro’s en daarvoor Guldens uw zakken heb gevuld.
En daar wringt de schoen momenteel.

Het begon allemaal met de afschaffing van de kleine plastic zakjes bij de kassa.
Stond ik daar ineens met een viertal boodschappen die niet in mijn jaszak pasten.
Toen moest ik, omwille van het milieu, een grote tas van 25 cent aanschaffen.
Die tas kon inderdaad mijn viertal boodschappen dragen.
Echter had mijn plezier van het winkelen in uw kruidenierszaakje een knauw gekregen.

Deze week had u een akkefietje met een aantal Polen die niet meer wilden werken.
Dit probleempje heef u volgens mij opgelost door elke ochtend bij de ingang van het distributiecentrum blikjes ‘bier’ uit te delen.

Om de haverklap verzinnen uw marketinggoden ‘nieuwe’ weggeefacties.
Altijd met jankende en zeurende hordes kinderen tot gevolg:

–          Kleine keukenrotzooi (zelfs voor jongens)

–          Voetbalplaatjes

–          Smurfen

Tijdens die actie’s probeer ik altijd voor minder dan vijftien euro boodschappen te doen.
Dan hoef ik ook niet te liegen tegen die arme ouderloze puppieogen.

Maar nu komt het wrange.
Het ‘bier’ voor de Polen en de rotzooi voor de kinderen moet uit iemand zijn zak betaald worden.

Ik ben ‘boos’ omdat ik tot de ontdekking ben gekomen dat dit uit mijn zak komt.
Of nog erger, uit mijn plastic Albert Heijn tas.
Uit mijn plastic Albert Heijn tas, die ik bij jou koop.
Vandaar dat het een Albert Heijn tas is.

Eerst al geen gratis plastic tasjes meer voor de kleine boodschappen.
Nu ook al geen normale plastic tas voor normale boodschappen.
Als ik boodschappen betaal en het past in de tas, dan verwacht ik dat die tas het volhoudt totdat ik thuis ben.
Minimaal totdat ik thuis ben, want ik wil ze nog vaker gebruiken. Want dat is ‘goed voor het milieu’ en dat wilt u toch ook?

Nu is het al voor de tweede keer dat die klote plastic tas scheurt voordat ik thuis ben.
Weg, 25 cent.
Bijna weg, boodschappen.
Hier een foto van de Albert Heijn tas, om te bewijzen dat het geen keukenminitasje is.

tas

Dus, Bertje, graag weer terug naar de vorige plastic tassen waar daadwerkelijk meer dan vier boodschappen in kunnen.
En ik ga geen Albert Heijn kratje kopen. Ik heb je wel door, ouwe bonuskaartscanner.

 

Met vriendelijke groeten,

Haren Timelapse

Op 1 januari 2012 ben ik begonnen aan een missie. Een missie die zijn blablabla.
Ik zou een jaar lang niet naar de kapper gaan. Dat scheelt namelijk een hoop geld in crisistijd.
En ik zou er foto’s van maken.
Zo gezegd, maar iets anders gedaan.
De foto’s zijn niet elke dag genomen maar het zijn er toch nog een kleine 289 geworden. Gemaakt met mijn telefoon, zonder tri-pod dus een aantal is wazig, maar dat past er bij.

Als mijn haar lang genoeg zou zijn geworden (>20cm) dan zou ik het doneren. Dat is dus niet gelukt. Dus dit jaar zal ik dan maar een euro doneren ofzo.

Het begon dus op 1 januari met het kort wieken van mijn haar. Gewoon met de tondeuse zoals ik al vaker had gedaan. Lekker makkelijk.

Na een aantal weken begon de ellende al. ‘Wat moet ik doen met dat haar op mijn hoofd?’
Je kan er wat gel in doen, je kan er met een kam doorheen. Maar je kan ook gewoon een pet opzetten.

Omdat het haar langer en langer werd, heb ik zelfs een borstel aangeschaft. En ook heb ik meer shampoo en hairconditioner dan normaal gebruikt. Dus of het echt allemaal goedkoper is geweest…

Af en toe zag het er helemaal niet uit, andere keren nog minder.

Ik ben trots op mezelf dat ik het heb volgehouden en ook dat het er nu weer af is.

In het stop motion filmpje hieronder kan je iets langer dan 3 minuten naar mijn hoofd kijken.
(ik beloof plechtig dat er geen Rick Astley te zien/horen is. sorry)