Wekelijkse klim

Maandagochtend, 6 uur.

Ik sta op uit bed.
Niet klaar om aan de slag te gaan.
Maar het is tijd om te klimmen.

De berg die hoger is dan de hoogste berg, meedogenlozer dan de Alpe D’Huez en Mount Everest samen.

We gaan met velen.
Koppen zullen rollen.
Een voor allen, allen voor de top van de berg.

Het begin is zwaar, heel zwaar, zwoegen.
Cafeïne vloeit rijkelijk om ons op de been te houden.

Gevloek. Gevloek op de berg. Maar ook op elkaar.
Sommigen haken af.

We zitten in hetzelfde schuitje, met hetzelfde doel.
De top moet bedwongen worden.

Ik ben bijna tweeëneenhalve dag onderweg.

Nu is het woensdagmiddag, lunchtijd.
De week is door midden.
We gaan naar beneden.

Mijn Boek

Mijn boek is al bijna klaar. En het word een spannend boek, rete spannend en een beetje grappig ook.
In mijn hoofd bedenk ik al hoe het boek ontvangen zal worden door de mensheid. Niet alleen door de mensen die veel boeken lezen, maar eigenlijk meer door de normale mensch.

Het boek zal ze hongerig maken naar meer. Meer letters en meer woorden. Woorden die ze zelf ook gebruiken, niet al die moeilijke woorden die alleen maar afleiden van het verhaal.

Mijn boek is niet te dun, maar zeker niet te dik. Zelfs het voorwoord is leuk om te lezen, tenminste dat denk ik.

Een pakkende titel heb ik nog niet.
En ook een onderwerp moet ik nog bedenken.

Hete dagen

De zon schijnt pas een aantal dagen, maar de hormonen lijken op hol geslagen. De vrouwtjes hoeven alleen een beetje met hun kontje te schudden en de mannetjes lopen er als uitgehongerde hondjes achteraan.
Net zag ik één vrouwtje lopen en er liepen zeven van die arme stumperds achteraan.

Het blijft elke keer weer een grappig gezicht, hoe die eenden achter dat ene vrouwtje aanlopen. En dat vrouwtje maar kwekken en kwekken.

Als ik dan een paar honderd meter verder kijk in het winkelcentrum, dan merk ik toch dat we niet zo ver van de natuur afstaan.
De mannetjes fluiten iedere keer als er een vrouwtje voorbij paradeert en het enige wat de vrouwtjes doen is kwekken en kwekken.

Ik wil mijn zakjes terug

Koptelefoon op  mijn hoofd.
Blauw mandje in mijn hand.
‘Hoe zou het zijn om met het kleine blauwe mandje op iemand zijn hoofd te slaan?’

‘Misschien bij die jongen met zijn scheve pet.
Of bij die vakkenvuller met zijn broek op zijn knieën.’

Terwijl ik bedenk hoe ik dit het beste kan doen, zonder dat mensen me raar gaan aankijken, stop ik mijn boodschappen in het mandje. Een netje pitloze mandarijnen, tandpasta, koekjes en de AVRO-bode.

Bij de kassa, zet ik alles op de band. Nog één keer kijk ik naar het blauwe mandje en grijns.

Ik betaal voor mijn boodschappen en wil een klein plastic zakje pakken om ze in te doen.
Maar, …

Zijn ze helemaal gek geworden?

Downloadverbod

Geacht heer Kuik,

Via deze weg wil ik u steunen met uw strijd tegen het duivelse.
In tegenstelling tot veel van mijn generatiegenoten ben ik van mening dat u een nobel doel heeft :
‘Een download verbod’

Vroeger kon je nog makkelijk goede muziek, series en films vinden. Tegenwoordig download je het ene waardeloze plaatje na het andere waardeloze serieseizoen.

Artiesten zijn te lui om een heel album op te nemen en series zijn vaak niet eens ondertiteld.

Meneer Kuik, stop alstublieft deze waanzin en zorg voor structuur en een kwaliteitsinjectie.
Zorg ervoor dat de artiesten weer hun best gaan doen en dat de series ook in Nederland op tijd op de buis komen.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Een bekeerde downloader