Korte Broekendag

Als ik wakker aan het worden ben, zie ik door de spleetjes van mijn ogen dat het zonnetje buiten al aan het schijnen is en een kleine glimlach verschijnt op mijn gezicht. Voordat ik naar bed ging wist ik al dat het vandaag een mooie zonnige dag ging worden, dat zeiden ze immers bij de weersvoorspelling. ‘Het wordt morgen een mooie en zonnige dag’, was wat de weerman zei. Maar ja, de weerman heeft me in het verleden weleens meer dingen belooft die hij niet heeft waar kunnen maken. “Eerst zien, dan geloven” is het huidige motto.

Met mijn hand probeer ik het laatste beetje slaap van mijn gezicht af te wrijven. Ik weet ook wel dat dit niet lukt, maar tegenwoordig hebben ze daar allemaal ‘mannendingetjes’ voor. Zalfjes met daarin Q10, want daar krijgt je lichaam energie van en dan lijk je niet meer zo vermoeid. En aangezien ik ook een man ben die meegaat met zijn tijd en er ook weleens niet vermoeid uit wil zien, heb ik ook zo een zalfje. Het geeft een beetje een tintellend gevoel als je het net hebt aangebracht, maar dat doet zout op een open wond ook en ik heb nooit van iemand gehoord dat je daar echt vrolijk van wordt.

Opgestaan, boterham smeren.
Brood is oud en droog, gelukkig heeft hiervoor iemand met verstand van zaken ooit de broodrooster voor uitgevonden. Hup, brood in de rooster. Even wachten en dan wat pindakaas erop. Kopje thee erbij en ik ben helemaal klaar voor het ontbijt.

Even snel de pc aanzetten om te kijken wat de buitenradar zegt over het weer van vandaag.
Ik neem alvast een lekkere douche en terwijl ik mijn tanden sta te poetsen kijk ik naar mijn monitor, de ‘downloadmachine’ is bijna klaar met opstarten.
Goed nieuws vanuit de buienradar, het is vandaag ‘korte broekendag’.

Dit betekent niet veel anders dan dat ik een korte broek aan ga doen. Dat doe ik omdat het warm is en omdat het iets relaxter zit dan een lange broek. Het liefst zou ik heel het jaar door korte broekendag hebben, maar het klimaat werkt mij daarin veelal tegen. Ik, en mijn balletjes, hebben het niet zo op het koude weer dat hier het grootste gedeelte van het jaar met de scepter zwaait.

‘Iene, miene, mutte’, mijmer ik terwijl ik met mijn vinger van de ene naar de andere broek wijs. Uiteindelijk wordt het de groene korte broek. Apart, al mijn spullen zitten er al in. Even denk ik dat ik gek wordt, maar dan besef ik me dat het gisteren ook ‘gewoon’ korte broekendag was en dat ik nu dus dezelfde broek aan heb als gisteren. Maar wat maakt mij het ook uit, het zonnetje schijnt buiten als een baby die aan de haren van zijn moeder trekt. In mijn gedachten zie ik de Teletubbies al ergens over een konijnenheuvel huppelen. “Hoi Tinkywinky, wat gaan we doen vandaag?”, “Ik ga lekker over deze heuvel heen huppelen. Maar jij moet even die vervelende stofzuiger een handje helpen, want hij heeft een volle zak.”

Broek aan, sokken aan, schoenen aan.
Ik trek de deur achter me dicht. De sleutel verdwijnt met een soepele beweging in het slot (de krassen naast het slot zijn een getuigen dat dit niet altijd even soepel is gegaan), ik doe de deur op slot.
Als ik beneden ben probeer ik mijn telefoon uit mijn broekzak te pakken. Het blijft echter bij proberen, want mijn telefoon zit niet in mijn broekzak. Terwijl ik mezelf de huid vol scheld – natuurlijk op een toon dat niemand het hoort – ren ik weer de trap op.
Mijn telefoon ligt nog stilletjes op het kastje naast mijn bed, waar hij zichzelf ook nuttig maakt als wekker.

Als ik uiteindelijk buiten ben, voel ik hoe mijn huid de zonnestralen in zich op neemt. Ik wordt er weer vrolijk van en begin mijn wandeling richting het winkelcentrum.
Het betreffende winkelcentrum is genaamd “Amsterdamse Poort” en ligt in Amsterdam Zuidoost. Amsterdam Zuidoost is in de volksmond beter bekent als de Bijlmer. De jeugd – die hele dagen op de straat hangt – noemt het liefkozend ‘Bimre’.

Het vrouwelijke equivalent van een korte broek, is een kort rokje. Dit is een van de redenen waarom mannen, waaronder ik, altijd uitkijken naar de zonnigere periode van het jaar.
In de Bimre is dit niet anders.
Korte rokjes, korte topjes.
Strakke legging, strakke topjes.
En natuurlijk de altijd kleurige en fleurige Afrikaanse – en Surinaamse klederdracht.
Helaas zijn niet alle vrouwen even bekent met hun ware uiterlijk en zo gebeurt het dat ik op deze zonnige dag toch nog om de paar minuten het maanlandschap mag aanschouwen.

Op mijn gemak sjok ik door de winkelstraat, mijn korte broek weerspiegeld in de winkelramen. Als ik de schoenenwinkel binnenloop voel ik hoe een koude windvlaag mij tegen mijn hoofd slaat. Ik zie dat de verkopers een beetje teleurgesteld mijn kant opkijken. Dit is niet alleen omdat ik een notoire ‘windowshopper’ ben. Maar de airco staat is in de winkel extra koud gezet zodat de vrouw die binnenkomt, die al weinig kleding aanheeft, door de extra koude windvlaag met vooruit prijkende tepels de winkel betreed.

Nadat ik twee minuten van mijn zontijd heb verspeeld in de schoenenzaak door veelal afkeurend naar de schoenen te kijken, ga ik weer naar buiten. Ik ren nog net niet, maar ik wil zo snel mogelijk de koude windvlaag achter me laten.
Ik besluit om bij de ijscoman op het midden van het plein een ijsco te halen. Twee bolletjes, citroen en mango, echte zomerse smaken. Een servetje heb ik niet nodig, want ik ben van plan om het ijsje in recordtijd naar binnen te werken. Als mijn mond de eerste bol raakt merk ik dat deze niet zo hard is als dat ik gewend ben. Na drie happen zijn beide bolletjes in mijn maag verdwenen. De koekjeshoon dump ik na een paar hapjes in de vuilnisbak.

Nadat ik bij diverse winkels naar binnen heb gekeken besef ik dat er meer mensen in het winkelcentrum zijn om mensen te kijken dan om te winkelen. Ik ga eventjes op een bankje zitten, zodat ik wat ontspanner naar mensen kan kijken. Ook moet ik even mijn honger naar nieuws vullen. Ik pak mijn telefoon en ga online kijken of er nog iets spannends is gebeurt. Op nu.nl is niets interessants, op teletekst is niets interessants. Op Twitter dezelfde berichten van dezelfde personen, ook niets nieuws. Dan maar even op Facebook kijken om te zien wat mijn sociale netwerk aan het uitspoken is. Velen vinden het belangrijk om te melden dat het mooi weer is buiten. Dan kijk ik naar boven en ik zie dat ze gelijk hebben.

Tien meter van mij af zie ik een jongen en een meisje samen een zestal hotwings van Kentucky wegwerken. Volgens mij zijn ze verliefd, want waarom zou hij anders de hotwings met haar delen? De enige andere reden die ik kan bedenken is dat ze anders dadelijk wat ‘persoonlijkere’ handelingen bij hem zal uitvoeren in de ruil voor een aantal hotwings. Zo hadden ze in de rest van het land de term ‘breezerslet’, maar hier zal het eerder ‘hotwingsslet’ zijn. En dat komt dan vooral door de voorliefde voor kip van bepaalde bevolkingsgroepen.
Ik laat de twee voor wat ze zijn en kijk de andere kant op.

Aan de andere kant van het plein staan een paar kinderen te voetballen. De tegels liggen daar niet recht maar een beetje hobbelig en door elkaar. Een oude man vraagt aan de oudste van het stel (in ieder geval de langste en met een halve snor) waarom ze niet op een grasveld gaan spelen. De jongen antwoord dat je op elke ondergrond moet kunnen voetballen. Volgens mij willen ze later bij de plaatselijke voetbalclub spelen.

Na een tiental minuten heb ik het wel weer gezien en besluit om even wat eten te halen in de Albert Heijn. Ook al heb ik een hekel aan Albert Heijn, ik blijf er terugkomen. In de Albert Heijn heb ik geen bereik met mijn telefoon. Maar dit is niet erg, want ik ben al heel de dag niet gebeld en wat is de kans nou dat iemand mij in die vijf minuten dat ik in de Albert Heijn ben, probeert te bellen.
Ik zoek een kant-en-klaar maaltijd met een 35%-kortingssticker uit en een blikje drinken.
Bij de kassa staat een lange rij, bij de kassa ernaast precies hetzelfde verhaal. Ik besluit om even in een weekblad te bladeren en om te wachten totdat de rijen wat korter zijn.

De weekbladen bij de Albert Heijn zijn het allemaal net niet. Ze zijn er wel, maar net niet de bladen die interessant zijn. Dan maar even de Veronica-gids pakken, want daar staat een strip in die altijd wel leuk is.
Strip gelezen.
Beetje gelachen.
Rij iets korter.
Terug in de rij en ik leg mijn spullen op de loopband. Terwijl ik betaal met de Pin vraagt het kassameisje of ik het bonnetje wil hebben. ‘Nee, dank je wel. Dit is al zwaar genoeg.’

Buiten aangekomen open ik mijn blikje en waag ik een blik op mijn telefoon. Geen gemiste oproepen, geen smsjes ontvangen.
Op mijn elfendertigst loop ik terug naar mijn appartement.
Het lukt me weer om de sleutel in mijn slot te krijgen zonder extra krasjes aan de verzameling toe te voegen.

De maaltijd gaat in de magnetron en ik plof neer op de bank.
Ik ben benieuwd of het morgen weer een kortebroekendag wordt…

Kindsterretje

20 November, 10.30uur.
Hard gebonk op de deuren.
“Politie, doe open!!!”, roept iemand. Een dof geluid als de politie de deur open schopt. ‘Moet dat nou, al die herrie zo vroeg in de morgen’, vraagt hij zich af terwijl hij nog een keer op zijn andere schouder gaat liggen. Het appartement naast hem wordt al tijden gebruikt als drugspand, dat vond hij wel best, hoefde hij niet zo ver te lopen om wat te scoren.

Een paar uur later wordt hij opnieuw wakker, geen gebonk deze keer, maar hij voelt wat gekriebel op zijn buik. Hij pakt de slipper die naast zijn matras ligt en slaat zichzelf een paar keer op zijn buik, zijn t-shirt vertoond een rood vlekje. Dat was al de tweede keer deze ochtend dat hij door ongedierte wakker werd gemaakt.

Opstaan dan maar, een kopje koffie gaat er wel in. Helaas is de koffie op, eigenlijk is alles op, geen geld voor boodschappen. Dan maar een glaasje water. Hij pakt zijn glas van de tafel, gooit de oude peuken eruit en tapt een glaasje water uit de kraan. Gelukkig is het kraanwater zelfs in het ghetto te drinken.

Op zijn keukentafel ligt nog een laatste restje van zijn joint, die kan hij wel gebruiken op deze onrustige dag. Hij buigt over het fornuis en steekt zijn jointje aan. Tijd voor ontspanning en misschien nog wat geld maken om boodschappen te doen.

Als hij naar de badkamer loopt struikelt hij half over zijn vergeten speelgoed. ‘Stomme kraanwagen’, mompelt hij nog terwijl hij zijn rode lokken in de spiegel bekijkt. Een onverzorgde bos haar, bijna een afro, alleen dan rood met allemaal klitten. Zijn huid is zo wit, dat hij even dacht dat hij bloedde, maar het was de bloedvlek van de kakkerlak op zijn t-shirt. Goede wiet hadden de buren. Hij mist ze nu al.

Nog even naar het toilet, shit, toiletpapier op. Nog een keer extra persen om zeker te zijn dat alles eruit is en dan snel de douche in.
Onder de douche bedenkt hij zich dat hij beter zijn joint even weg had kunnen leggen. Het is niet zijn dag, maar dat is hij tegenwoordig wel gewend. Vroeger was hij een ster, maar nu is hij in de vergetelheid geraakt. Langzaam kleed hij zich aan. Spijkerbroek, eerst linkerbeen dan rechterbeen. Iets klopt er niet, zijn rechterbeen is halverwege de pijp via een gat naar buiten gegaan.
Nog een keer proberen, gelukt. Ook trekt hij een trui aan over zijn t-shirt, het is immers november.

Hij trekt zijn deur open, het is druk op de gang, allemaal mannen in witte overalls. Even schrikt hij en krijgt hij een flashback naar zijn periode in De Lispeltuut.
De Lispeltuut, wat was hij blij dat hij daar weg was. Dagelijks met een groepje verslaafden in een cirkeltje en dan praten over de dingen die je had gedaan en die je eigenlijk niet had mogen doen. Ja, hij had wel spijt dat hij de houten poot van Karel had gebruikt om te gaan honkballen. Maar hij kon toch ook niet weten dat Karel die dag de finale moest rennen op de Paralympics.

Maar deze mensen waren van de politie en ze waren bezig met het opruimen van de wietplantage van de buren. Lopend naar de lift voelde hij de blikken van de politiemannen in zijn richting.
Hij draaide zich om om te kijken of hij niet aan het trippen was.
Toen hij zich helemaal had omgedraaid voelde hij meteen hoe een rubberen zool van een legerschoen een mooie afdruk in zijn maag achterliet.
Door de kracht valt hij achterover en zijn hoofd stuitert nog een aantal keren op de vloer. Hij denkt ‘what te f*ck?’ en terwijl hij probeert de pijn op zijn achterhoofd weg te wrijven ziet hij hoe de mannen staan te lachen. Met zijn handen in zijn haar ligt hij daar, verbaasd, blik op oneindig. Stamelend vraagt hij watvoor dag het is. ’20 November’, zegt de man terwijl ze nog harder beginnen te lachen. En dan begint het te dagen, het is 20 november, ‘kick a ginger’-dag. Hij staat op en haast zich snel naar binnen om zijn blauw met roze pet op te doen.
Als hij weer de deur uitloopt staan de mannen nog steeds te lachen. Dat doet in ieder geval geen pijn.

Op het station aangekomen, na 20 minuten lopen, loopt hij de fietsenrekken af op zoek naar een geschikte fiets. Het liefst een omafiets, en als het kan met handremmen. Daar staat er een met een simpel kabelslotje. Van een andere fiets breekt hij de standaard af, deze steekt hij in de kabel en hij begint te draaien. Door de druk die op de kabel ontstaat springt uiteindelijk het slotje.
Nu nog verkopen, gelukkig wonen er genoeg studenten in de stad, dus dat zou niet zo moeilijk worden.
Uiteindelijk had hij de fiets voor 15 euro aan een corpsballetje verkocht. Snel wat eten kopen en natuurlijk het toiletpapier en de koffie niet vergeten. Zijn oude vriendin Aagje werkt als kassiere bij de plaatselijke supermarkt. Meer dan ‘hallo’ en ‘daag’  kon hij tegenwoordig niet tegen haar zeggen.

Hij had alweer genoeg van de dag en spoedde zich naar huis. De politie was eindelijk weg. Hij zag dat de deur van de buren niet goed was gesloten, zou ook raar zijn want deze had de politie geforceerd. Hij duwt de deur zachtjes open en roept ‘hallo’, de leegte van het appartement echode bijna terug.
Zo leeg lijkt 20m2 nog ergens op. Zijn blik doet nog een rondje in het appartement en in de hoek staat een vergeten vuilniszak. Als hij dichter bij de zak komt kan hij zijn geluk al niet meer op, als een bloedhond vangt zijn neus de geur van wiet op en alles wijst in de richting van de vuilniszak.

En ja hoor, de zak zit vol met henneptoppen. Als hij niet zo dun was geweest zou hij een gat in de lucht springen.
Thuisgekomen stopt hij zijn hoofd in de zak, een aantal topjes blijft in zijn haren plakken. Snel rolt hij nog een jointje en steekt hem op. Drie jointjes later begint hij te denken aan vroeger, vroeger was alles zo simpel. Dagelijks ging hij buitenspelen met zijn kraanwagen, iedereen vond zijn rode haren zo leuk. Samen met Aagje beleefde hij allerlei avonturen. Hij droomde van een carriere bij de ANWB. Toen hij wat ouder werd, werd alles complexer.

Hij kreeg gevoelens voor Aagje, maar zij hield meer van oudere mannen en niet van jongens van 18 met hun kraanwagentje. Op een dag betrapte hij Aagje met de museumdirecteur. Er knapte iets in hem. Hij had gehoord dat je je problemen kon wegdrinken, 6 flessen kindercola later had hij alleen nog maar buikpijn en was hij Aagje alweer vergeten. Bij de daarop volgende tegenslagen greep hij ook naar de fles. Na een akkefietje met de majoor en zijn paard werd hij van school gestuurd.
In die tijd ging het met de buurt ook al slechter, de fabriek waar ze stampertjes maakten werd gesloten en veel van zijn buren verhuisden naar een betere omgeving. De leegstaande appartementen werden verhuurd aan probleemgezinnen die nergens anders welkom waren.
En de “Hoedenflet” werd zelfs afgebroken.
Op een gegeven moment liep hij meneer Pen tegen het lijf. Meneer Pen had iets beters dan kindercola, hij had wiet. Daarmee kon je geld verdienen en je eigen pijn verzachten. Hij ging dealen voor meneer Pen, dagelijks was hij weer op straat te vinden met zijn bekende kraanwagentje. Alleen had hij nu de drugs verstopt in het wagentje.
Meneer Pen was een jaar later omgekomen bij een ripdeal. Omdat hij nu geen leverancier meer had stortte zijn leven nu helemaal in.
Geen wiet, geen geld. Geen geld, geen wiet.
Hij zou voor altijd gevangen zijn in de Petteflet
Nu zit hij weer in zijn kamer, met een zak vol met wiet. In de hoek van zijn kamer ligt het wagentje waar hij vanochtend nog over heen viel.
Een glimlach verschijnt op zijn gezicht. Hij maakt een aantal zakjes wiet en verstopt ze onder de motorkap.
De volgende dag gaat hij voor het eerst sinds jaren weer met zijn wagentje naar buiten. Van alle kanten komen mensen op hem afgelopen, zwaaiend met geld.

De avonturen kunnen weer beginnen.

Mc Donalds

DE slogan van de bekende chefkok
De Herman Blijker van de snelle hap
In veel landen een begrip en de bekendste burger is zelfs een maatstaf voor de economie.
Zo heb ik er net ook ff wat gehaald. En toen viel me op dat er maar één Big Mac is, dat staat tenminste op het doosje.
Op het doosje staat ook dat mijn Big Mac uniek is. Er zitten namelijk 2 perfect gegrilde burgers in van 100% rundvlees en één plakje augurk.
Maar het kan ook zijn omdat de Big Mac torenhoog is.
En toen ik dat las, begreep ik waarom er maar één Big Mac is en die van mij altijd zo snel op is. We krijgen elke x maar een ieniemienie stukje van DE Big Mac.
En aangezien heel de wereld van deze Big Mac eet, kan het best zijn dat die Big Mac torenhoog is. (en die hoeft niet eens in Dubai te staan)
Meestal neem ik een menu en daar horen frietjes bij. Lekkere hete, krokante frietjes, dat staat namelijk op het kartonnetje.
Waarom is mijn friet dan altijd koud en nooit krokant???
Als toetje hebben we daar de hamburger, van ‘origine’ heerlijk. Nou, waarom laten ze het dan niet origineel? Ipv dit slap ‘broodje warmvlees’.
Misschien komt dit allemaal wel omdat dit niet voor mij bestemd is, waarom staat er anders alleen maar voedingsinformatie voor vrouwen op?
Gelukkig verwent de verwaterde cola wel mijn mond…

Yes, I’m lovin’ it en ik heb weer honger

Entrepreneurschap onder daklozen/junkies

Respect voor al de daklozen en junkies die op een “legitieme” manier cashflow proberen te genereren voor een slaapplek en/of crack.
Natuurlijk is er een verschil tussen daklozen en junkies, maar voor dit verhaal gooien we iedereen onder de noemer “junk”, omdat dat het toch wat toegankelijker maakt.

Er zijn verschillende soorten manieren van ‘werken’ waarmee ik te maken heb gehad.
Normaal heb je natuurlijk de bedeljunk die gewoon om een euro vraagt en daarna weer doorloopt. Een vervelende variant hierop is de jehovajunk die je blijft achtervolgen tot je iets geeft (en natuurlijk niet minder dan de euro, want dan wordt ie boos).
Een iets betere variant vind ik dan toch de bedeljunk met een verhaaltje.
Geld voor een slaapplek, wat eten of een kopje koffie.
Waarschijnljik gaat het overgrote deel op aan bier bier en crack van Kempi.
De kans dat ik geld zou geven zou groter zijn als dat gewoon zou zeggen, of als hij geld nodig zou hebben om naar de hoeren te gaan, props voor de oprechte junk.
Maar je ehbt ook nog de werkende junk.
Zoals de welbekende daklozenkrantverkoper, of die ene die gewoon de metro probeert te verkopen.
In de trein kwam ik ook lange tijd dezelfde junk tegen die een praatje hield over daklozenopvang.
Of de muziekjunk, die een paar liedjes speelt en dan weer verdwijnt met money in the pocket. Al weet ik niet zeker of dit wel een echte junk is of gewoon een muzikant, maar zoveel verschil zit daar meestal toch niet tussen.
Zelf heb ik pas een kaartje van iemand gekocht, voor een ‘slaapplaats’.
De tekst was ‘Waar was ik zonder jou?’. Een gratis boomerangkaar, maar hij had het wel verdiend.
Al had hij meer gekregen als hij naar de hoeren of crack wou…

Tsunamiwaarschuwing

Toen ik in de kerk zat (geloof het of niet) wilden ze bidden voor de aardbeving in Chili. ‘haha’ dacht ik toen ‘rare kerkvrouw’, wat nou aardbeving in Chili. Die was in Haïti. Ik moest dus een lachje onderdrukken. Totdat ik op de radio hoorde dat er inderdaad een aardbeving in Chili was geweest. Had  God de grond in Chili had laten beven omdat ik de kerkvrouw had uitgelachen?
Thuis maar eens snel op internet kijken wat er nu allemaal aan het handje was.
Gelukkig was de aardbeving al veel eerder op de dag gebeurt en er waren maar een paar doden (toen, nu alweer veel meer).
Veel beeldmateriaal was er nog niet. Er was echter wel alweer een tsunamiwaarschuwing geweest.

SPANNEND

Op CNN-online zelfs livebeelden, de tsunami zou over een half uur Hawaii wegspoelen.
Nou dat wou ik wel zien natuurlijk. Dus ik maar wachten. Journalisten die een hoop dingen herhaalden, beelden van diverse strandjes op Hawaii.
En natuurlijk iemand die gewoon op zijn gemakkie aan het zwemmen is.

Ik was ondertussen maar op mijn gemakkie en spelletje doen.
Ik wil best ramptoeristje spelen, maar ook ik heb mijn ontspanning nodig.

Af en toe een beetej alt-tabben om naar het mooie weer op Hawaii te kijken.
Nou daar komt ie dan, de tsunami, 23.04u. Colaatje erbij, chippies erbij.
Paar minuten later, colaatje op, chippies op, man nog aan het zwemmen, tsunami nog niet geweest.
20 minuten later, het water in de rivier is een beetje vertroebeld, dus nu zal het wel gebeuren.

Nog ffkes wachten dus en nog ff kijken, begin ongeduldig te worden.

Uiteindelijk geef ik me gewonnen aan mijn verveeldheid.
Ik laat de golfjes de golfjes en de man lekker zwemmen.
Ramptoerisme zonder ramp is lang niet zo leuk.

Het is wit buiten (poezie)

Het is wit buiten,
Dat komt door de sneeuw
Dat ligt overal en is spierwit
Dus is het buiten wit
En toch zie je mij als ik in mijn blote kont in de sneeuw ga liggen
Dussss….

’s Nachts is het donker
soms zelfs pikdonker
zo zwart als de nacht is het dan
En als ik dan in mijn blote piemel voorbij kom gerend
Dan zie je me niet
Dusssss…

Kebab Kebab

Als je op stap bent geweest rest nog 1 ding…
ff eten
Broodje kebab. ‘Met saus?’ Ja, doe maar

Altijd leuk om te zien hoe zatte kinderen van 16 jaar (kan officieel niet jonger) aan het eten zijn.
Dat gaat meestal niet zo goed. Friet en vlees (en saus) vliegt aan alle kanten uit het bakkie op de grond.
Wellicht omdat hij dit expres deed. Waarna hij ff Achmed roept om alles op te ruimen, want in zo’n rotzooi ken je natuurlijk nie eten?! Een standaard shoarmazaak tafereel.
Ter opvoeding geven we de vlegel maar een servetje om zijn gezicht mee af te doen.
En een reprimande als hij nog een servertje probeert te pakken.
“Wel netjes vragen heh…”

Nadat de voorstelling was afgelopen was het tijd om naar huis te gaan.
Uhmmm, misschien dat we maar iets meer haast moeten maken.
Ik voel Ali Chemicalie in mijn maag aan het werk. Het broodje anthrax probeert mijn darmen te ontvluchten.
Ff wat sneller rijden. Oh ja, 1.0, ok dan maar zo snel mogelijk rijden.
Eerst iemand afzetten… wordt lastig… geen scheetjes laten

Laatste bochtje doorracen
parkeren
rennen
binnen
oh jas moet uit, kut
billetje aanspannen
snel zitten
gehaald… opluchting, leegloop

“met saus?”

Alleen maar 🙁

Nerdisme

Volgens Wikipedia (het brein van menig student) is een Nerd meestal een lange blanke man met een grote bril, beugel en acne. En heeft hij ook nog zijn broek tot net onder zijn oksels opgetild. Oh, en meestal hebben ze ook nog een IQ waar je U tegen zegt. Nou ik ben ook blank, daar houd volgens mij elke vergelijking bij op. Ik ben kort, geen bril, nooit een beugel gehad. Van acne heb ik ook weinig last. Mijn broek hangt meestal dichter bij mijn knieën dan bij mijn oksels. En tegen mijn IQ zeg je eerder ‘awww, menneke toch’.

En toch ben ik best een nerd.
Op mijn werk heb ik veel met cijfertjes te maken. En inderdaad, soms is dat nog leuk ook. Ik lees boeken, van ‘Hoe word ik een misdadiger’ tot ‘The hardest (working) man in showbizz’. Hey, het zijn boeken en meestal nog informatief ook. Ik breng veel tijd door achter mijn pc en echt niet altijd om porno te kijken en films en muziek te downloaden (dat doe ik ook niet want dat is illegaal). Één van mijn hobby’s is fotograferen. Dan loop ik dus met mijn camera door de stad en maak her en der wat kiekjes. Welke ik dan later weer wis omdat ze me niet bevallen. Ik maak zelfs foto’s van mezelf. Dat is niet alleen nerdig maar ook een beetje arrogant. En mijn andere hobby is gamen. Soms zit ik uren achtereen achter mijn xbox of Wii. Beetje andere mensen neerschieten of slaan, omdat ik dat in het echte leven natuurlijk niet durf. En dan doe ik dat, als een echte nerd, online met andere ‘vrienden’.

Sowieso ben ik altijd al een undercovernerd geweest.
Vooral als mensen mij nog niet gezien hebben en ze hebben wel ergens mijn naam gelezen of gehoord. Dat is dan weer het voordeel van een dubbele naam. Het is dan net alsof ik sophisticated ben, totdat ik binnenstap met mijn arrogante kale kop en niet te vergeten Eindhovense lompheid.

Bitch please…

Gokverslaafd?

Nee, natuurlijk ben ik niet verslaafd.
Maar zeg nou zelf, gokken is een leuk tijdverdrijf. En dan bedoel ik niet het aan de gokautomaat hangen bij de plaatselijke snackbar/cafe. Ook al is het wel eens leuk om daar een euro in te gooien. Maar dat is logisch, want die machines zitten vol met knipperende lampjes en dat vinden mannen nu eenmaal leuk.

Maar wat vind ik dan wel leuk om mijn geld aan te verspelen? Verspelen ja, want het is maar zelden dat ik ook echt iets win. Dus misschien ben ik verliesverslaafd ipv gokverslaafd.

Zo heb ik ongeveer 1x per maand een pokeravondje met een aantal bekenden. Natuurlijk spelen we om harde cash. En meestal ga ik met minder naar huis dan waar ik mee ben gekomen. Misschien moet ik de pokerboeken nog een keer lezen of ik moet gewoon meer geduld hebben. Want dat heb ik dus absoluut niet. Ik zal dan ook niet snel een bracelet winnen.

En dan hebben we nog de diverse pouletjes en sportwedstrijden waarop gewed moet worden. Altijd leuk om aan mee te doen. Ook al weet ik van te voren al dat de kans zeer klein is dat ik win. Zo doe ik al een aantal jaar mee met de Raptorsbowl, dit is een american football fantasy league waarbij elke deelnemer de ‘owner’ is van een eigen team. Ook al heb ik 8 jaar football gespeeld, ik heb nog steeds geen verstand van de sport. Op werk hebben we natuurlijk ook bij elk voetbalevenement een poule. Zo zijn we nu weer bezig met de Eredivisiepoule. Als ik ergens weinig verstand van heb dan is het wel van voetbal. Ik heb wel verstand van PSV en de rest bungelt daaronder en is dan ook minder interessant voor mij. Waarschijnlijk zal ik deze poule ook niet winnen, maar verliezen ook niet.
De belangrijkste regel bij gokken/wedden is dat het huis altijd wint. De voetbalpoule heb ik dus maar zelf opgezet en dat bedrag dat ik moet inleggen, zal ik vast wel op één of andere duistere manier minimaal weer winnen. Al met al ben ik er wel achter dat dit ook niet de manier zal zijn waarmee ik miljonair zal worden. Hard werken zal wel beter lonen

Maar ik ga nu eerst ff een staatslot kopen.

Lekkur zwemmuh

Soms heb ik zin om een beetje te gaan zwemmen. En dan bedoel ik niet met mijn luie kop van de glijbaan af of heel de dag chloorgassen ademen in het bubbelbad. Maar echt zwemmen, lekker baantjes zwemmen. Niet te veel nadenken maar gewoon zwemmen. 50 meter heen en 50 meter terug. Natuurlijk gewoon schoolslag, want zo een goede zwemmer ben ik ook weer niet. En als ik dan een beetje moe word dan doe ik de rugslag, want dan kan ik ook een beetje lui liggen. Ook al krijg ik dan nog steeds water in mijn ogen en mond, maar dat nemen we dan maar voor lief.

Nu heb ik het geluk dat ik heel dicht bij een zwembad woon.
Ja, zelfs in de Bijlmer hebben ze zwembaden. Ok, ik moet toegeven, getinte mensen zie je niet zo heel vaak zwemmen. Ongeveer net zo vaak als je ze ziet fietsen. Maar ze zijn er wel hoor.Dus niet meteen met vooroordelen komen en grapjes dat het raar is dat ze niet kunnen zwemmen maar wel kunnen roeien.

Dus ik kreeg weer een keer zin om te gaan zwemmen, dat ging ik dus ook doen, maar eerst op de fiets daarnaartoe. Want 500 meter lopen duurt bij mij al gauw een half uur. Daar aangekomen, ff iets van 3 euro betalen, terwijl je in Eindhoven al gauw meer dan 5 betaald. Wat zeuren ze hier nou dat alles zo duur is?
Ff omkleden en spulletjes in een kluisje, kluisje is zelfs gratis.
Nou ja, de kluisjes die nog werken. Ok het zwembad is alweer ongeveer een half jaar open, dan moet natuurlijk wel één en ander kapot zijn.

Douchje doen, slippertjes uit en dan het zwembad in.
En toen begon het hoor.
De ellende.
Het was gelukkig niet zo druk, dus ik had een hele baan voor mezelf.
Dat is wel fijn, want ik zwem net zo snel als ik loop.
Dus ik hield niemand op.
Maar naast me, aan 1 kant dan, andere kant was de kant, zwommen 2 iets wat gezette dames.
Toevallig blank.

EN die hadden het dus HEEEEEEL de tijd over eten.
En dat kon ik dus horen.
En dat vond ik behoorlijk irritant.

Baantje 1, de friet bij de Mc Donalds is niet zo vet, als je geen hamburger neemt dan kan je een grote friet bestellen.

Baantje 2, ja ik doe dit om af te vallen en het gaat al steeds beter, een halve kilo in een week

Baantje 3, ohh als je die snoepjes kan kopen dan wil ik die ook

Baantje 4, bij de Burger King hebben ze ijsjes van 50 cent maar daar zit geen caramel bij

En zo ging dat maar door, om gek van te worden. Ik weet ook niet of ze aan het zwemmen waren of gewoon bleven drijven en dat ze door mijn golfjes een beetje bewogen. Maar wat die vrouwen doen in hun vrije tijd maakt mij natuurlijk allemaal niet uit. Aan de andere kant elke keer als ik nu zin heb in een ijsje dan denk ik aan 2 volle vrouwen in een zwembad en dan hoeft het voor mij allemaal niet meer…

(ok dat laatste is niet helemaal waar, ijsjes zijn lekkerrrrrrrr)